Zoeken:
Home
GO! Informatie
Melden
PBM+VGWM handhaving
Toolboxen
Pas scanner
Update in de keet
Bij nood & ongevallen

Ontvang dit document per e-mail.

E-mailadress:

    
09 Specifieke werkzaamheden
 > Veilig werken met de trilplaat

Op het moment dat de trilplaat, -stamper gebruikt gaat worden, moeten de volgende punten worden gecontroleerd:

Omgevingsfactoren

  1. Veiligheid werkplek;

  2. Indien nodig werkplek binnen (extra) afzetting;

  3. Afspraken over werktijden in verband met geluidsoverlast omgeving.

Machine

  1. Geen olie-/brandstoflekkage;

  2. Bijvullen brandstof met afgekoelde motor, niet in de nabijheid van open vuur;

  3. Machine in bedrijf niet onbeheerd achterlaten;

  4. Transport machine met mechanische hulpmiddelen.

Keuringen

  1. Minimaal jaarlijks door Heijmans Materieel Beheer (zie sticker/label voor datum).

Gebruiker

  1. Goed geïnstrueerd;

  2. Langdurig werken met machine voorkomen door taakroulatie (i.v.m. trillingen op lichaamsdelen).

PBM’s (naast vereiste kleding op werk)

  1. Gehoorbescherming;

  2. Veiligheidsschoeisel;

  3. Signaleringskleding (oranje!!).

Veiligheidsaanwijzing voor gebruik van het onderstel

De geïntegreerde wielen zijn alleen bedoeld voor het verplaatsen van de trilplaat en dient om veiligheidsredenen tijdens het transport op laadplatformen en bij werkonderbreking principieel omhoog geklapt te zijn.

Dit voorschrift geldt vanzelfsprekend ook voor opgeborgen machines.

Transport

  1. Ten behoeve van het verladen en transporteren van verdichtingapparatuur met behulp van takels dienen geëigende hijsmiddelen op daartoe aangebrachte hijsogen te worden bevestigd;

  2. Laadplatformen dienen op het laadgewicht berekend en stabiel te zijn. Personeel dient tegen kantelen of wegglijden van de machines en omhoog- of omlaag klappen van machinedelen maximaal te zijn beveiligd;

  3. Op transportvoertuigen dienen de trilplaten tegen wegrollen, wegglijden of kantelen te worden geborgd.

Transport naar de werkplek

  • Gebruik voor het transport van de trilplaat alleen geschikte hijsmiddelen met een minimum hijsvermogen van 200 kg;

  • Bij transport altijd motor uitschakelen!

  • Geëigende hijsmiddelen uitsluitend op het daartoe bestemde takelpunt bevestigen;

  • Bij transport op het laadvlak van een voertuig de trilplaat op de ogen vastsjorren.