Zoeken:
Home
GO! Informatie
Melden
PBM+VGWM handhaving
Toolboxen
Pas scanner
Update in de keet
Bij nood & ongevallen

Ontvang dit document per e-mail.

E-mailadress:

    
11 Specifieke toolboxen n.a.v. een incident & SOS-melding
 > Eerste hulp bij ongvallen elektriciteit.
Discussie > Bespreek het met je collega’s!
  • Ik weet niet wat ik moet doen als mijn collega net een schok heeft gehad;
  • Ik heb zelf ooit een schok gehad tijdens mijn werkzaamheden.
Introductie

Vooral bij elektrotechnici en storingsmonteurs die werkzaamheden aan elektrische installaties, besturingskasten en schakelkasten uitvoeren is de kans aanwezig om getroffen te worden door elektriciteit. Eerste hulp bij ongevallen met elektriciteit kan in veel gevallen levensreddend zijn.

Elektrotechnici zijn doorgaans wel bekend met de risico’s van elektriciteit. Maar weet diezelfde elektromonteur wat hij moet doen als zijn collega net een schok heeft gehad? Welke symptomen horen daarbij? Welke handelingen moet hij uitvoeren om zijn collega zo goed mogelijk te helpen?

Risico's > Wat kan er gebeuren?
  • Vlamboogverbrandingen;
  • Stroom door lichaam;
  • Electro-thermisch verbrandingen;
  • AC en DC.

Vlamboogverbrandingen;                                                                                                                                              Brandwonden die ontstaan zijn door een vlamboog, zijn veel voorkomende letsels bij elektriciteitsongevallen. Dit kan optreden bij zowel laag- als hoogspanning. Een vlamboog vormt zich als een persoon zich dicht bij de plaats van een kortsluiting bevindt. Meestal treft een vlamboog elektrotechnici die werkzaamheden verrichten aan of nabij spanningvoerende installaties.

Bij de kortsluiting treedt een ionisatie van de lucht op. Deze geïoniseerde lucht houdt de kortsluiting en dus de vlamboog in stand. De temperatuur in zo’n vlamboog kan vele duizenden graden Celsius bedragen. De vlamboog verbranding kan plaatselijk zijn zoals aan handen en gezicht. Bij industriële installaties is de hoeveelheid energie ruimschoots voldoende om een veel grotere verbranding te veroorzaken. Overigens kan de kleding vlam vatten en alsnog de verbrandingen over het lichaam verspreiden.

Stroom door lichaam;                                                                                                                                                    Een stroom door het menselijk lichaam ontstaat bij aanraking van een spanningvoerend geleider. De stroom door het lichaam levert kans op letsel in de eerste plaats door hittevorming in die weefsels waar stroom door vloeit. Daarnaast is ontregeling mogelijk van elektrisch autonome orgaansystemen zoals het hart en ademhaling. Tevens kan door een éénmalige of continue prikkeling spiercontracties ontstaan met spierscheuringen en ontwrichtingen als gevolg. De letsels die iemand bij een elektriciteitsongeval oploopt zijn afhankelijk van zowel stroombron- als patiëntgebonden factoren. De eigenschappen van de stroombron, de tijdsduur van de stroomdoorgang , de stroomsterkte en de weerstand van de getroffene zijn allemaal factoren die een grote variëteit van letsels van verschillende aard en ernst veroorzaken.

Electro-thermisch verbrandingen;                                                                                                                                Bij het aanraken van een geleider waar spanning op staat, legt de stroom een traject af naar aarde. Daar waar de  stroom het lichaam binnenkomt en weer verlaat treedt weefselbeschadiging op. In dit traject heeft de huid in principe de grootste weerstand. De huidweerstand  wordt bepaald door de toestand van de huid: dun/dik of droog/bezweet/nat. De doorslagspanning van een natte huid is klein met als gevolg een geringe kans op volledige huidverbranding. Dit in tegenstelling tot een dikke droge huid. Hier is sprake van een hoge doorslagspanning en zal de huidverbranding aanzienlijk zijn. Vervolgens legt de stroom een weg af door de weefsels. Weke delen als zenuwen, bloedvaten en spieren zijn prima geleiders en dienen als snelweg. Als de diameters van deze weefsels groot is, zoals bij de kuit- of onderarmspier, is de stroomdichtheid per cm2 gering en dus ook de warmteontwikkeling. Pezen en gewrichten werken als bottleneck in het stroomcircuit en rond de goed geleidende bloedvaten is dan ook een grote warmteontwikkeling mogelijk. Hier kan het  bloed gan‘koken’ en gaan weke delen afsterven. Een eerste inschatting van de ernst van het letsel is hierbij moeilijk, omdat het afsterven van deze weke delen dikwijls onder een niet verbrande huid zit.

ACen DC;                                                                                                                                                                        De gevolgen bij aanraking van een hoge gelijkspanning (DC) resulteren vaak in een eenmalige spierreactie. Deze reactie ‘slaat’ de persoon vaak weg van de bron. De aanrakingstijd is kort maar door de klap kunnen er weer andere letsels optreden.Van wisselspanning (AC) wordt gezegd dat dit ongeveer drie maal gevaarlijker is vanwege het ontstaan van continue spiersamentrekkingen. Bij een stroom vanaf zo’n 6 mA zijn de flexoren (buigspieren) van de hand sterker zijn dan de extensoren (strekspieren). Er wordt dan gezegd: “Hij kon niet meer loslaten”.

Een iets hogere stroom door het lichaam (vanaf ca 20 mA) kan de ademhaling verstoren, zodanig dat bij een correcte hartwerking er toch een direct levensbedreigende situatie ontstaat.Door de wisselspanning met een frequentie van 50Hz kan het hart gaan fibrilleren (ventrikelfibrillatie). Dit is een acute situatie waarin het hart deze frequentie tracht bij te houden. Ook bij het losraken van de spanning kan deze fibrillatie doorgaan. Door het fibrilleren van de ventrikelen valt de bloeddruk vrijwel direct weg waardoor de getroffene bewusteloos raakt. Direct reanimeren en zo mogelijk defibrilleren is levensreddend.


Maatregelen > Wat moet je doen?

Eerste hulp op locatie;                                                                                                                                                   Bij een kortsluiting is de getroffene niet in contact met de stroombron. De eerste hulp bestaat uit het behandelen van de brandwonden.Bij een stroom door het lichaam is de eerste hulp complexer. Allereerst moet de getroffene op een veilige manier verwijderd worden van de stroombron, zonder dat de hulpverlener ook blijft ‘hangen’. Dit kan door de installatie spanningsloos te maken, of door aan de mouw of broekspijp van het slachtoffer te trekken. Een gerichte schop tegen arm of been geven is ook een mogelijkheid. De kans dat bij de oplossingen de redder zelf onder spanning komt te staan is verwaarloosbaar. In ieder geval moet een getroffene nooit bij blote huid worden beetgepakt.Vervolgens is het controleren van de ademhaling en hartslag belangrijk, de patiënt in de juiste houding leggen en indien mogelijk en noodzakelijk reanimeren.

Spoedeisende hulp in het ziekenhuis;                                                                                                                          Een slachtoffer is na een forse stroom door het lichaam vaak niet goed in staat om na te vertellen wat er gebeurd is. Daarom is alle informatie van collega’s, omstanders en medici bruikbaar om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond. Omdat verwondingen niet altijd zichtbaar zijn, is een portie achterdocht op zijn plaats. Om duidelijkheid te krijgen moet op de Spoedeisende afdeling van een ziekenhuis toch zo snel mogelijk een ECG (elektrocardiogram) gemaakt worden. Pas als blijkt dat er niets te zien is op deze hartfilm en de getroffene ook niet flauw gevallen is en ook geen ritmestoornissen heeft, is verdere opname niet noodzakelijk.

Maar opgelet! In 25 tot 65% van de gevallen krijgt de getroffene direct (binnen 24 uur) of soms pas (veel) later neurologische klachten. Van bewusteloosheid, in de war zijn tot concentratieproblemen en desoriëntatie. In acute situaties kan de patiënt in coma raken of verlamd raken.