09 Specifieke werkzaamheden
 >  Werken in en met (verontreinigde) bodem
Discussie > Bespreek het met je collega's!
  1. Als uit bodemonderzoek blijkt dat de grond niet is vervuild, zijn er geen risico’s meer.
  2. Soms ruiken we iets of zien we iets verdachts en werken we toch door.
Introductie

Bij een groot aantal werkzaamheden die in de bouw en infra worden verricht komen medewerkers in contact met de bodem. Voorbeelden zijn:

  • Het ontgraven van putten en sleuven of grondverzet
  • Bij het verwijderen of plaatsen van kabels- en leidingen
  • Bij het plaatsen van geluidsschermen of bermbeveiliging
  • Bij het plaatsen van lichtmasten of ander wegmeubilair
  • Bij het uitvoeren van boringen of het doen van onderzoeken in de bodem
  • Bij het aanbrengen van funderingen in de bodem

Bij al deze werkzaamheden is er kans dat je direct of indirect contact komt met de bodem. Het is daarom verplicht dat de kwaliteit van de bodem onderzocht wordt voordat er gestart wordt met de werkzaamheden. De opdrachtgever is wettelijk verplicht deze gegevens vooraf aan te leveren.

Risico's > Wat kan er gebeuren?

Blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen door het werken in de bodem. Als gevolg hiervan kunnen op de korte en de lange termijn gezondheidsklachten ontstaan.

Ook al is de bodem onderzocht en is de hoeveelheid gevaarlijke stoffen beperkt dan zijn er nog altijd risico’s. Want regelmatig blootgesteld worden aan kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen kan net zo schadelijk zijn als één dag werken in zeer vervuilde grond.

Veiligheidsklasse & de CROW Publicatie 400

Op basis van dit onderzoek wordt het werk ingedeeld in een veiligheidsklasse op basis van de CROW-publicatie 400. Dit is de richtlijn voor het werken in en met verontreinigde bodem:

Voor klasse Groen moet er gewerkt worden volgens de basishygiëneregels.

Voor klassen Oranje, Rood en Zwart moeten naast de basishygiëneregels ook aanvullende specifieke maatregelen worden genomen, dit kunnen zijn:

  • het gebruiken van een Deco-unit om je aan- en uit te kleden en te wassen
  • het gebruik van overdrukinstallaties met filters op de graafmachines en vrachtwagens
  • het uitvoeren van lucht- en gasmetingen.

Deze veiligheidsmaatregelen worden vastgelegd in het V&G-plan. Ook moet er bij deze klassen een DLP-er (Deskundig Leidinggevende Projecten) aanwezig zijn om toe te zien dat de veiligheidsmaatregelen worden genomen en contact te zoeken met een Veiligheidskundige bij bijzondere situaties.